Nestkastjes |
[ Home ] |
De koolmees en de pimpelmees nestelen in een holte, dit kan een natuurlijke holte zijn of een nestkastje. Als je een nestkastje in de tuin hangt, is er een redelijke kans dat er een mezenpaar in komt wonen.
Het nestelen en broeden is voor beide mezensoorten verschillend:
| koolmees | pimpelmees | |
| broedtijd: | april - juli | april - augustus |
| bouwen van nest (dagen) | 7 - 10 | 7 - 10 |
| aantal eieren (één ei per dag) | 8 - 10 | 7 - 14 |
| broedduur (dagen) | 12 - 14 | 12 - 14 |
| nestduur (dagen) | 18 - 21 | 17 - 19 |
| aantal legsels | 1 (soms 2) | 1 |
De totale broedduur vanaf het betrekken van de nestkast tot het uitvliegen van de jongen is ongeveer 50 dagen.
Als de mezen bezig zijn met het maken van een nest is dit duidelijk te zien, omdat het vrouwtje af en aan vliegt met takjes en stukjes mos. Vervolgens is het ruim een week rustig nabij de nestkast, vanwege het leggen van de eieren. Tijdens het uitbroeden van de eieren verlaat het vrouwtje overdag ongeveer elk uur nest voor een tijdje. Als ze wel op het nest zit, wordt ze regelmatig gevoerd door het mannetje. Als de eieren uitgekomen zijn, dan begint het voeren van de jongen door beide ouders. Je ziet de mezen dan af en aan vliegen met rupsen, spinnen, vlinders en andere insecten. Tijdens de nestduur zullen de mezen circa 5 duizend (!) insecten vangen voor de jongen.
Je kunt de jonge vogels horen piepen als een van de ouders het nest invliegt. Het uitvliegen van de jongen zal je niet vaak zien, een indicatie dat de vogels uitgevlogen zijn is meestal dat je de ouders niet meer ziet.
Voor de doe het zelvers onder ons zal ik nu uitleggen hoe een nestkastje gemaakt kan worden. Een nestkastje ziet er zo uit:
maten:
|
250 mm * 180 mm 280 mm * 110 mm 280 mm * 110 mm 280 mm * 170 mm 110 mm * 134 mm 110 mm * 20 mm (2 maal) |
| hout: vurenhout - dikte 18 mm vliegopening:
De holte maten zijn hoogte * breedte * diepte = 262 * 110 * 134 mm. De afstand van bodem tot vliegopening is 19,5 cm om de volgende reden: |
|



Let op het volgende:
In mijn boek over nestkasten staat het volgende:
In open bossen kunnen de kasten het beste met de vliegopening naar het oosten of zuidoosten worden opgehangen. De kast wordt dan door de boom beschermd tegen regen en wind uit
westelijke richting.
In dichte bossen is de hangrichting van minder belang. De kast moet
opgehangen worden tegen een droge plek van de stam. Een nestkast mag nooit in de zon
worden opgehangen. Voor de jongen, die in het nest dicht tegen elkaar aanliggen en zelf
veel warmte produceren, kan de temperatuur te hoog worden.
Als het nest na een mislukte poging uit de nestkast gehaald wordt en de nestkast schoonmaakt wordt, dan is er een kans dat de mezen (of een ander stel) de nestkast hetzelfde jaar opnieuw gaat bewonen.
zie ook:
Redenen waarom een nest mislukt
Resultaten mezen in eigen nestkast